Module-instelling
De Phone Connect Module Setup is de centrale plaats voor het configureren van alle kernfunctionaliteiten van Phone Connect. Toegang tot dit gebied is beperkt tot gebruikers met de rechten SIM_CTI Admin of SUPER.
Algemeen
Interfaceselectie
Phone Connect ondersteunt twee verschillende telefonie-interfaces:
| Interface | Beschrijving |
|---|---|
| TAPI | Maakt integratie met telefoonsystemen mogelijk via de Telephony API. |
| Teams | Biedt een naadloze integratie van telefoniefuncties binnen Microsoft Teams. |
Kies de interface die past bij uw telefonie-infrastructuur en integratiebehoeften.
Voorvoegselconfiguratie
In deze sectie definieert u hoe Phone Connect omgaat met voorvoegsels die door uw telefoonsysteem worden gebruikt.
Veel systemen vereisen een voorafgaande code of cijfer om een externe lijn te bereiken. Omdat dit voorvoegsel geen onderdeel is van het daadwerkelijke telefoonnummer, kan het hier worden geconfigureerd zodat alleen relevante nummers worden weergegeven en verwerkt.
Warning
De configuratie kan variëren afhankelijk van het telefoonsysteem. Neem bij twijfel contact op met uw telefonieprovider of systeembeheerder.
Info
Een buitenlijn is de verbinding tussen uw interne telefoonsysteem en het openbare telefoonnetwerk. Voorvoegsels worden vaak gebruikt om onderscheid te maken tussen interne en externe oproepen.
Inkomend voorvoegsel
Sommige telefoonsystemen voegen automatisch een voorvoegsel toe (meestal "0") aan inkomende nummers. Dit voorvoegsel kan worden verwijderd voor een betere verwerking en weergave.
Configuratiestappen:
- Open het Phone Connect Admin Role Center.
- Ga naar Setup - Module Setup.
- Navigeer naar de sectie General.
- Voer het voorvoegsel, bijvoorbeeld
0, in het veld Incoming Prefix in. - Voer de actie Trim Phone Numbers uit.
- Het voorvoegsel wordt verwijderd uit inkomende nummers.
Uitgaand voorvoegsel
Het uitgaande voorvoegsel wordt gebruikt om een externe lijn te bereiken bij het bellen. In veel systemen moet bijvoorbeeld eerst "0" worden gekozen voordat het daadwerkelijke nummer wordt ingevoerd.
Configuratiestappen:
- Open het Phone Connect Admin Role Center.
- Ga naar Setup - Module Setup.
- Navigeer naar de sectie General.
- Voer het voorvoegsel, bijvoorbeeld
0, in het veld Outgoing Prefix in. - Voer de actie Trim Phone Numbers uit.
- Het voorvoegsel wordt verwijderd uit uitgaande nummers.
Landcode en netnummer
Om telefoonnummers te standaardiseren, definieert u hier de landcode en netnummer.
Voorbeeld:
- Duitsland:
0049
Na configuratie kan Phone Connect telefoonnummers normaliseren en eenvoudiger verwerken.
Configuratiestappen:
- Open het Phone Connect Admin Role Center.
- Ga naar Setup - Module Setup.
- Navigeer naar de sectie General.
- Voer waarden in bij Country Code en/of Area Code.
- Voer de actie Trim Phone Numbers uit.
- De ingestelde codes worden niet langer weergegeven.
Interne gesprekken
Het veld Numbers for Internal Calls bepaalt hoe Phone Connect interne extensies herkent.
Nummers met een lengte die gelijk is aan of korter is dan de ingestelde waarde worden als interne oproepen beschouwd.
Info
Phone Connect analyseert nummers van rechts naar links en vergelijkt de lengte met de ingestelde waarde.
Configuratiestappen:
- Open het Phone Connect Admin Role Center.
- Ga naar Setup - Module Setup.
- Navigeer naar de sectie General.
- Voer de maximale lengte van interne nummers in het veld Numbers for Internal Calls in.
Aanvullende opties:
-
Search for Internal Call in Database
Opent de bijbehorende contactkaart voor interne oproepen. -
Exclude Internal Calls from Database
Voorkomt dat er een contactkaart wordt geopend voor interne oproepen.
Warning
Als de ingestelde lengte te hoog is, kunnen externe nummers onterecht als interne oproepen worden herkend.
Persoonscontacten controleren voor bedrijfstelefoon
Deze instelling activeert een uitgebreide zoekfunctie over gekoppelde contactgegevens.
Use case:
Als er meerdere persooncontacten bestaan naast een bedrijfscontact, en het telefoonnummer van het bedrijf op klantniveau is opgeslagen terwijl de business mapping de klant prioriteert, bepaalt deze instelling welke kaart wordt geopend.
-
Ingeschakeld
Inkomende oproepen openen de klantkaart (bedrijfscontact). -
Uitgeschakeld
Het systeem opent de persooncontactkaart die aan het nummer is gekoppeld.
Deze optie is vooral nuttig wanneer interacties consequent op bedrijfsniveau moeten worden afgehandeld.
CRM Integration
Phone Connect biedt een CRM Integration voor het vastleggen van interacties.
Wanneer ingeschakeld, worden inkomende en uitgaande oproepen automatisch geregistreerd als interactielogs, wat volledige traceerbaarheid garandeert.
App-registratie
Op het tabblad App Registration wordt weergegeven of de app-registratie correct is geconfigureerd.
Een App Registration is verplicht wanneer Phone Connect wordt gebruikt met Microsoft Teams.
Terugbelverzoeken
In deze sectie kunnen terugbelverzoeken voor verkoopoffertes worden geactiveerd.
Wanneer ingeschakeld:
- Wordt automatisch een terugbelverzoek aangemaakt bij het maken van een verkoopofferte.
- Wordt de terugbeldatum ingesteld op de vervaldatum van de offerte.
Dit zorgt voor een gestructureerde en tijdige opvolging in het verkoopproces.
Richtlijnen
Hier kunnen call guidlines worden geconfigureerd.
Testing
Debug Mode
Op het tabblad Testing kunt u de Debug Mode inschakelen.
Wanneer ingeschakeld:
- Zijn debuglogs beschikbaar op de pagina Phone Connect - Debug Logs
- Dit helpt bij het analyseren en oplossen van problemen in uw Business Central-omgeving
Telefoonnummertest
Met deze tool kunt u controleren of Phone Connect correct is geconfigureerd.
U kunt:
- Een telefoonnummer invoeren
- Zien hoe Phone Connect dit verwerkt en opschoont
Dit helpt te verifiëren dat voorvoegsels, landcodes en formatteringsregels correct worden toegepast.